zondag 18 december 2016

antwoord proefjes

De proef van de lettertjes

Doordat de druppel bol is, werkt hij als de lens van een vergrootglas. Daarom zien de letters zien er groter uit als je ze door de druppel ziet. Aan de rand van de druppel zijn de letters niet meer goed leesbaar, omdat de druppel daar rond loopt.
Water bestaat uit kleine deeltjes die moleculen heten. De moleculen van water maken aan de oppervlakte een sterke laag. Dit is de oppervlaktespanning. De oppervlaktespanning houdt de watermoleculen bij elkaar, waardoor druppels een bolle vorm hebben.

Lichtstralen gaan rechtdoor, maar kunnen van richting veranderen als ze van de ene stof naar de andere stof gaan. Je zegt dan dat het licht breekt. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als licht van water naar lucht gaat.

Een waterdruppel werkt als een vergrootglas. In een vergrootglas zit een bolle lens, die het licht zo breekt, dat je de dingen achter de lens groter ziet. En dat gebeurt ook met de kleine letters in dit proefje.


De proef van de tunnelvisie

je ziet maar één streepje tegelijk, maar je hersenen onthouden de streepjes die je vlak na elkaar ziet. En je hersenen maken van al die kleine streepjes samen één doorlopend beeld.
De hersenen kunnen op korte termijn visuele en ruimtelijke informatie onthouden. Als je je ogen eerst open hebt en dan dicht doet, dan weet je nog ongeveer wat je net gezien hebt. Ook kunnen de hersenen ontbrekende informatie invullen.

Je ziet door de keukenrol eerst een cirkel en daarna nog maar een streepje. Als je de keukenrol beweegt, dan onthouden de hersenen alle streepjes informatie en maken er één beeld van. Daardoor kun je een beeld zien dat veel groter is dan dat je in één keer door de gleuf kunt zien.


Ik ben zelf voor 50% kokoerkijker maar als ik mijn hoofd veel draai zie ik dus het beeld wat jullie ook zien maar niet ineens.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen